Beerten 2, Hilvarenbeek, 013-505 13 33

Wijsheid
Misschien is het wel een nieuwe trend die ik heb ontdekt. Het is zoiets als “matchmaking” of relatiebemiddeling, maar dan met bomen. Je brengt twee partijen bij elkaar en zorgt er op die manier voor dat bijzondere bomen een nieuwe plek krijgen en daardoor worden gered. U ziet, ons vak wordt steeds interessanter.

Kennissen van ons wonen inmiddels alweer een jaar of 12 op een prachtige plek in het buitengebied van Diessen. Het huis is helemaal verbouwd. En hun tuin is een eeuwig proces van proberen en veranderen zoals dat bij tuinliefhebbers hoort.
Achterin de tuin staan 3 prachtige Picea Smithiana, zgn. Himalajasparren. Een soort die van oorsprong voorkomt in het hooggebergte van centraal Aziè, de Himalaja zoals de naam al aangeeft.
De soorten uit het geslacht Picea zijn vaak interessant voor tuinliefhebbers. Er bestaan zoveel variëteiten in: hangende en rechtopstaande, struikachtigen, liggende, afgeplatte, bolvormige en zelfs goudkleurige rassen. Deze Picea is het hangende soort, maar zijn vanuit een geheel andere belangstelling daar neergezet.

De bomen hadden zij zelf gezaaid van de zaadjes die zij hadden gekregen na een bijeenkomst met de Dalai Lama. Dat is op zichzelf al een bijzondere ervaring, lijkt me. Uit handen van hem kwamen de zaadjes die zij liefdevol in een potje had gedaan om ze te laten ontkiemen. Nog meer bijzonder werd het voor haar toen ze naderhand begreep dat het alleen haar was gelukt uit deze zaadjes bomen te krijgen. Iedereen uit de groep had zaadjes meegekregen, maar bij niemand was het gelukt om die tot bomen te laten uitgroeien. Heel bijzonder.

Deze soort Picea komt al sinds begin 19e eeuw in Europa voor, sinds dat ontdekkingsreizigers nieuwe soorten mee naar huis namen. Deze soort wordt ook wel een de ”Treurspar van de Himalaja” genoemd en is door deze hangvorm vaak in een arboretum terug te vinden. Ze kunnen hier dus wel aarden en dat bleek ook wel uit hoe welig deze bomen in hun tuin tierden.
Maar toen kwam het probleem. De bomen pasten eigenlijk niet meer in hun tuin. Ze werden veel te groot. En eigenlijk hadden ze ook nooit in het landschap gepast. Maar ja, met dit bijzondere verhaal er achter, zet je toch niet zomaar de bijl in de stam? En met dat probleem kwamen ze bij mij.
Nou ja, en toen kwam ik tot die nieuwe trend en heb ik aan relatiebemiddeling gedaan. Het had lettelijk wel wat voeten in aarde. Want ik had iemand op het oog die daar wel in voor zou kunnen zijn maar die moest natuurlijk weer op zijn beurt ook weer een geschikt plekje vinden om deze bijzondere bomen een passend en vooral blijvend nieuw thuis te bieden.
Nou beschikt deze relatie over zo’n 2500 hectare, waarvan 1700 ha bossen en 200 ha natuurterreinen, dus allicht dat je een plekje vind. Maar dan nog. Nou kent “De Utrecht” (want u had vast al begrepen dat het daar over ging) een hoek met een grote varieteit aan dennen en sparren. Met het 75-jarig bestaan van “De Utrecht” in 1973, had mijn vader zelfs nog ter gelegenheid van dit jubileum 75 soorten cadeau gedaan, die daar nog niet in de collectie zaten. Niet dat die het allemaal hebben overleefd, maar er staat toch een aardig overzicht van variëteiten. En daar passen onze Himalajasparren heel goed bij.

Oudere bomen verplaatsen kan. Als je het goed voorbereid is de kans van slagen groot. Onze kennissen gaan nu regelmatig kijken op de Utrecht hoe ze het stellen. En het ziet er naar uit dat het heelgoed is gelukt.
En weet u wat nu zo leuk is aan deze match? De oude en de nieuwe eigenaars kunnen het heel goed met elkaar vinden. Misschien was dat ook wel waarom de Dalai Lama dit zaad heeft uitgedeeld.
Terug