Beerten 2, Hilvarenbeek, 013-505 13 33

Duurzaam
Men neme: veel lavendel, veel Hydrangea Annabel (witte hortensia) en veel Chinees hardsteen en u heeft een trendy tuin. “Hoera”, riepen wij elkaar toe als we een tuin binnenkwamen om te jureren voor de landelijke tuinenprijs, “daar zijn ze weer”. Het lijkt wel of zonder deze elementen geen tuin meer kan worden gemaakt. Het is op zich best mooi, maar over 5 jaar is iedereen er weer op uitgekeken. Dan dicteert RTL weer een andere trend. Maar wat is nu 5 jaar in de natuur? Na 5 jaar is een boom nog lang niet klaar met groeien terwijl de tuin alweer op de schop kan. En alle ornamenten, die met containerladingen tegelijk uit China zijn aangevoerd, kunnen naar de stort. Hoe lang houden we dit nog vol?

Met het vluchtige drukke leven dat we leiden, is de tuin belangrijk omdat we die plek nodig hebben om tot rust te komen. En met een trendy tuin is op zich natuurlijk niets mis, zeker als u het mooi vindt en er gelukkig mee bent. Wel mis is het met de weggooimentaliteit. Er wordt gekocht wat nú mooi is en met het grootste gemak weer weggegooid omdat het “uit” is. Niets is er meer te repareren. Stuk is vervangen; weggooien en een nieuwe kopen. Dat geldt voor gebruiksartikelen, kleding, gereedschap maar ook voor tuinen.

Het VPRO programma Tegenlicht heeft in 2006 de documentaire “Afval is Voedsel” uitgezonden waarin het Cradle to Cradle principe werd behandeld. De grondleggers van dit principe, McDonough en Braungart, stellen dat we ons opnieuw moeten laten inspireren bij het ontwerpen vanuit de gedachte AFVAL = Voedsel: dat wat je nu maakt, moet later herbruikbaar zijn of volledig afbreekbaar. Voordat je iets maakt moet al duidelijk zijn dat er later opnieuw iets van gemaakt kan worden zonder verlies van de grondstoffelijke waarde. Dit gaat dus verder dan recyclen. Modemerk Dutch Spirit bijvoorbeeld is begonnen met spijkerkleding die uit oude jeans is gemaakt. Vezels van afgedankte kledij worden gesponnen tot draden voor de stof voor nieuwe jasjes, broeken en rokken. Er zijn architecten die vanuit dit principe nieuwe gebouwen ontwerpen, die zijn opgebouwd uit materialen die na een eventuele sloop opnieuw te gebruiken zijn. Deze gebouwen moeten hun eigen energie leveren, zuinig zijn in het gebruik van water én een prettige omgeving zijn om te werken of te wonen. Met een slimmer ontwerp kunnen op deze manier ecologie en economie prima samen gaan. Nog een keer een bewijs dat duurzaam niet duur hoeft te zijn.

Ik zie deze ontwikkeling volledig los van de Co2/broeikasbangmakerij. Het is een compleet andere manier om naar de wereld te kijken. We zullen toch echt zuiniger moeten omspringen met hetgeen onze wereld ons levert. We kunnen niet bezig blijven met nieuwe dingen te produceren en het oude te verbranden. Een keer houdt dat op omdat we niets meer hebben. En we zijn al zoveel kwijt!
Het is niet onwaarschijnlijk dat ook tuinarchitecten/ontwerpers zich veel meer op dit terrein gaan bezighouden. Als we maar bezig blijven met tuinen na 5 jaar weer te vervangen kunnen we nooit genieten van grote bomen of historische plaatsen. Zij zullen dus vanuit de C2C gedachten ontwerpen op duurzaamheid, verantwoorde materiaalkeuze en langdurig gebruiksgenot. Oftewel, zuinig met (hergebruikte) materialen en uiteindelijk ook met uw geld.

Zuinigheid is echt een term van vroeger. Dat doet me denken aan een anekdote die ik laatst van een oudere collega hoorde, uit de tijd dat dingen nog werden gerepareerd als het kon. Hij was aan het werk bij iemand die bekend stond als een echte pin. Hij kreeg een kopje koffie, maar hij wist uit ervaring dat die koffie niet te drinken was; drab onderin en een dik vel van de melk er op. Het kopje werd voor hem op tafel in de kamer neergezet. Terwijl de klant even terugliep naar de keuken dacht hij: “mijn kans”, en hij gooide de koffie vlug door het open raam naar buiten. Maar toen de man weer terug kwam stond m’n collega verlegen naar zijn hand te kijken. Tussen zijn duim en wijsvinger hield hij alleen nog het oortje vast. Dat had ooit met lijm aan het kopje gezeten, dat nu buiten tussen de bloemen lag. Tja, hoe klets je je daar nu weer uit?
Terug